
Pagina 1
Er was eens een timmermanszoon, Luyt, die ging vissen.
Hij stond de hele dag aan de kustlijn met de andere jongens uit zijn dorp. Hij wierp zijn hengel uit, maar ze wilden niet bijten.
"Ik heb zo'n honger!", zuchtte de jongen. "Ik kan toch niet met lege handen naar huis gaan!"
Zijn maag knorde en hij wankelde op zijn benen, maar toen de zonsondergang inzette, verscheen er een demon. "Geef jezelf aan mij", zei het wezen. "Dan krijg je van mij alle vis die je maar kunt eten!"
Maar Luyt kende de listige streken van de demon.
"Nee!", zei hij. "Jij verandert me in een haai of vogel of een ander wezen uit de diepte! Ik weet dat duivels zoals jij liegen en loze beloften maken!"
De demon moest lachen en zei: "Dat is helemaal waar, jonge visser! Maar op een dag heb je zo'n honger dat het je niks kan schelen en dan ben ik lang niet meer zo vriendelijk."
Hierop verdween de demon en liet hij de jongen achter op het strand.
De zon ging onder en de hemel was bezaaid met sterren. De andere kinderen gingen naar huis, hun magen leeg en ogen verdrietig. "Maar ik heb zo'n honger!", jammerde de jongen. "Ik kan toch niet met lege handen naar huis gaan!"
Engelse origineel
Once upon a time, Luyt the carpenter's son went to catch a fish.
All day long he stood by the sea with the other boys from the town, casting his line, but nothing bit.
"I'm so hungry!" sighed the boy. "I can't go home with nothing!"
His stomach growled and his legs grew weak, but as the sky turned to crimson sunset, a demon appeared. "Give yourself to me," the creature said, "and I will give you all the fish you can eat!"
But Luyt knew the demon's tricksy ways.
"No!" he said. "You'll turn me into a shark or bird or some creature of the deep! I know how devils like you like to lie with your promises!"
At this the demon laughed and said, "Very true, young fisherman! But one day, you'll be so hungry you won't care, and then my offer won't be so kind."
With that the demon vanished, leaving the boy on the beach.
The sun set, and the stars sprinkled the sky, and the other children went home, stomachs empty and eyes sad. "But I'm so hungry," lamented the boy. "I can't go home with nothing!"
Pagina 2
Toen verscheen in het maanlicht een uil, en die zei tegen de jongen: "Ga naar huis, ga naar huis! Iets anders heeft alle vissen opgegeten. Ga naar huis!"
Maar Luyt was boos en verjoeg de uil. Hij schreeuwde: "Hoe kun je dat nou zeggen? Ik heb hier de hele dag gestaan, van zonsopgang tot zonsondergang en de gure middernacht. Ik ga nu niet meer weg!"
"Ga naar huis, ga naar huis!", koerde de uil. Maar de jongen bleef.
Uiteindelijk toen ook de maan was verdwenen en Luyt helemaal alleen was op het strand, glibberde een monster met tentakels en een snavel vanuit de diepe zee omhoog. "Ik was het, ik was het", kwijlde het wezen. "Ik heb de vissen opgegeten."
"Jij!", schreeuwde de jongen ziedend. "Hoe kon je? Hoe kon je alle vissen opeten en er geen meer overlaten voor mij?"
"Ah", zei de octopus. "Maar ik wilde de vissen niet opeten. Ik eet veel liever dwaze jongetjes die veel te lang wachten op de maaltijd die nooit komen gaat!"
Hierop sprong de octopus uit het water, wikkelde de jongen in zijn vreselijke tentakels en met een kakelende lach sleepte hij zijn avondeten naar de bodemloze diepte.
Engelse origineel
Then, out of the moonlight, an owl appeared, and said to the boy: "Go home, go home! Something else has eaten the fish, go home!"
But Luyt was angry, and shooed the owl away and shouted, "How can you say this? I have stood here all day, from dawn to dusk and cruel midnight, I will not leave now!"
"Go home, go home," cooed the owl, but the boy remained.
At last, when even the moon was gone Luyt was quite alone on the beach, a monster of tentacle and beak slithered up from the depth. "It was me, it was me," the creature drooled, "I ate the fish."
"You!" raged the boy. "How could you do it? How could you eat all the fish and leave none for me?"
"Ah," said the octopus, "But I did not want to eat the fish. I far prefer the taste of foolish little boys who wait too long for the meal that will never come!"
With this the octopus leapt from the water, wrapping the boy in its dreadful tentacles, and with a clacking laugh, dragged its supper down into the bottomless deep.